PERSBERICHT

Lees onze mediabriefing voor het laatste nieuws over de ECT-moderniseringsgesprekken.

Jongeren getroffen door klimaatrampen klagen Europese regeringen aan wegens bescherming van fossiele brandstoffen onder het Energy Charter Treaty

Jonge slachtoffers van klimaatverandering hebben een rechszaak aangespannen tegen Europese staten die zorgen voor vertraging in de aanpassing van het Energy Charter Treaty (1) en de energietransitie duurder maken. Dit handelsakkoord vormt een groot obstakel voor klimaatactie, wat de toekomst van de komende generaties bedreigt. Diit zijn de eerste klimaatrechtszaken die het Verdrag inzake het Energy Charter Treaty in verband brengen met slachtoffers.

Vandaag hebben vijf jonge slachtoffers van klimaatverandering een rechtszaak aangespannen tegen meerdere Europese staten omdat ze toestaan dat een uitermate controversieel verdrag ter bescherming van investeerders hen belemmert in het afstappen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Dit verdrag, bekend als Verdrag inzake het Energiehandvest, of, in het Engels, het Energy Charter Treaty (“ECT”), wordt algemeen beschouwd als een groot obstakel voor klimaatactie. De zaak is aangespannen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en is de eerste die zich richt op de rol van de ECT bij het vertragen van klimaatactie.

De vijf jongeren die deze zaak hebben aangespannen, komen van het Caribische eiland Saint Martin, en uit België, Duitsland, Griekenland en Zwitserland. Zij hebben allemaal te maken met toenemende blootstelling aan natuurrampen die worden aangewakkerd door klimaatverandering. Zij klagen Oostenrijk, België, Cyprus, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Luxemburg, Nederland, Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk aan (2). Als onderdeel van hun zaak wijzen ze op het feit dat de ECT fossiele-brandstofbedrijven de macht geeft om soevereine staten via particuliere arbitragetribunalen die achter gesloten deuren plaatsvinden voor vele miljarden (3) aansprakelijk te stellen voor hun klimaatbeleid.

Recente rapporten en politieke ontwikkelingen (4) onderschrijven dat het ECT klimaatactie belemmert en vertraagt, en het vermogen van staten ondermijnt om met spoed maatregelen te nemen om hun broeikasgasemissies te verminderen conform de klimaatdoelstellingen waaraan ze zich hebben gecommitteerd in het Parijs-akkoord. (5).

Indien succesvol, zou de rechtszaak ertoe kunnen leiden dat het Hof beslist dat staten dergelijke belemmeringen moeten wegnemen om de rechten van de eisers onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens te beschermen. Verschillende nationale en internationale rechtbanken hebben al bevestigd dat staten krachtens het verdrag een duidelijke verplichting hebben om de uitstoot van broeikasgassen in overeenstemming met hun internationale verplichtingen te verminderen.

De zaak is de tweede grote klimaatzaak die jonge slachtoffers van de klimaatcrisis tegen meerdere landen hebben aangespannen bij Europa’s hoogste mensenrechtenautoriteit (6).

Klimaatrampen met dramatische gevolgen voor mensen dreigen in toenemende mate te zullen plaatsvinden, ten dele omdat regeringen in Europa en elders investeringen in fossiele brandstoffen blijven beschermen onder het Energy Charter Treaty.

Maya, 19 jaar oud, uit Saint Martin, een van de overzeese gebieden van Frankrijk, en mede-eiser in de EHRM/ECT-rechtszaak zegt:

“Ik ben het grootste deel van mijn kindertijd kwijtgeraakt toen, in de nacht van 5 op 6 september 2017, mijn eiland werd getroffen door orkaan Irma. Als er niets wordt gedaan om de opwarming van de aarde te beperken en een einde te maken aan de bescherming van fossiele brandstoffen, weten we zeker dat er nog veel meer en veel vaker zulke vreselijke rampen zullen plaatsvinden. Dat gaat het heel moeilijk maken om nog te kunnen blijven wonen op het eiland waar ik ben geboren. Uiteindelijk gaat niet het meer alleen om migratiecrises of verwoeste gebouwen: het wordt een kwestie van leven of dood.”

Maya volgt als 2e-jaarsstudent de bacheloropleiding Europa-Noord-Amerika van SciencesPo aan de universiteit van Reims. Ze besloot zich aan te sluiten bij deze juridische actie om te getuigen over de kwetsbaarheid van ons leven op deze planeet en de pertinente noodzaak om de natuur en het klimaat te beschermen, en om regeringen op te roepen om uit het Energy Charter Treaty te stappen dat zo’n grote bedreiging vormt voor klimaatactie.

Julia, 17 jaar oud, afkomtig uit Ahrdal , Duitsland en mede-eiser in de EHRM/ECT-rechtszaak zegt:

“Op 14 juli 2021 vond hier in het Ahrdal de “overstroming van de eeuw” plaats, waardoor een gebied van ongeveer 200 hectare onder water kwam te staan. Meer dan 130 mensen kwamen om het leven. Mijn toekomstbeeld wordt gekenmerkt door angst en onzekerheid en een gevoel van machteloosheid ten aanzien van de fatale klimaatverandering die op ons afkomt en het feit dat het zeer waarschijnlijk is dat ik tijdens mijn leven met de gevolgen ervan zal worden geconfronteerd, ofwel in de vorm van meer van zulke overstromingen, ofwel meer in het algemeen, door de verwachte verslechtering van onze levensomstandigheden. Regeringen blijven nog steeds de winsten van de fossiele-brandstofindustrie boven mensenrechten stellen. Intussen escaleert de klimaatverandering en eist elke dag en in toenemende mate mensenlevens. We moeten nu handelen om onze rechten te beschermen.”

Julia is scholier en zit in klas 11 van de middelbare school. Zij besloot zich aan te sluiten bij deze juridische actie tegen besluitvormers om haar stem te laten horen en actie te ondernemen om verdere klimaatrampen te voorkomen. Haar kijk op haar toekomst is sinds de overstroming drastisch veranderd. Ze kan nog niet stemmen, dus deze actie is een kans voor haar om actie te ondernemen en deel uit te maken van de oplossing.

Alexandros, 21 jaar oud, ut Athene, Griekenland en mede-eiser in de EHRM/ECT-rechtszaak zegt:

“Ik heb in juli 2021 twee bosbranden meegemaakt, terwijl ik(ECT) mijn zomervakantie in Athene doorbracht in het huis van mijn ouders. We werden ook nog eens getroffen door een recordhittegolf, met temperaturen tot 48°C. In 2018 was er ook een natuurbrand op 18 km van mijn huis (in Mati) waarbij 103 mensen om het leven kwamen. We leven voortdurend met de dreiging en onzekerheid over onze toekomst. Ik voel me gestrest, altijd als ik pijnbomen in de zon zie, ben ik ban dat er brand komt. Staten moeten nu actie ondernemen om het risico aan te pakken van de klimaatcrisis die miljarden mensen bedreigt, en daarom neem ik deel aan deze actie.”

Alexandros verliet Athene in 2018 om rechten te studeren in het Verenigd Koninkrijk en studeerde afgelopen zomer af. Hij besloot zich aan te sluiten bij deze juridische actie omdat klimaat de eerste prioriteit van zijn generatie is. Hij is van mening dat de acties van regeringen onvoldoende zijn om een einde te maken aan mechanismen voor de bescherming van brandstoffen, zoals het Verdrag inzake het Energiehandvest, en om de klimaatverandering serieus te bestrijden. Deze actie biedt hem de mogelijkheid om op te roepen tot de bescherming van zijn grondrechten.

Damien, 23 jaar oud, uit Chaudfontaine, België, en mede-eiser in de EHRM/ECT-rechtszaak zegt:

“Ik zag hele delen van mijn leven verdwijnen door de overstromingen vorig jaar, hele wijken zijn verwoest en vier mensen zijn om het leven gekomen. Mijn geloof in de betrouwbaarheid van het systeem en de samenleving om mij heen is ingestort. Het geluid van water of regen maakt me nerveus. Bij de minste regenval of informatie over soortgelijke rampen keert de angst terug.”

Damien volgt momenteel een masterdiploma aan de Universiteit van Luik, België. Hij studeert Japanse en Chinese talen. Hij sloot zich aan bij deze juridische zaak omdat hij zich nu pijnlijk bewust is van de noodzaak voor dringende politieke actie om burgers te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Staten, zei hij, lijken doof te zijn voor de vele signalen uit de natuur en van mensen om onze planeet te beschermen. De regering blijven kiezen voor de bescherming van investeringen in fossiele brandstoffen via het Energy Charter Treaty, wat onzinnig en gevaarlijk is voor de mensheid.

Clémentine Baldon, advocaat aan de balie van Parijs, die de eisers vertegenwoordigt

“De mensenrechten worden geschonden en dat zal blijven gebeuren naarmate klimaatverandering verergert. Via verdragen zoals het ECT krijgen overheden te maken met arbitrageclaims van investeerders in fossiele brandstoffen die hen blootstellen aan enorme financiële risico’s als ze besluiten de noodzakelijke energietransitie door te zetten. Middels het ECT stellen ze hun eigen nationale bedrijven evene,ens in staat om de legitieme klimaatmaatregelen van andere staten aan te vechten. Dit is in strijd met de internationale klimaatdoelstellingen die ze in het akkoord van Parijs zijn aangegaan en een schending van hun verplichtingen onder het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens.”

Mathilde Dupré, co-directeur, Veblen Institute, Parijs

“Het ECT is een soort levensverzekering voor beleggers in fossiele brandstoffen. Het ontmoedigt overheidsoptreden tegen klimaatverandering en zorgt ervoor dat enorme hoeveelheden belastinggeld niet besteed (kunnen) worden aan mitigatie en adaptatie om tegemoet te komen aan onze internationale verplichtingen en de bescherming van mensenlevens. Als deze tegenstrijdigheden duidelijk zijn voor de slachtoffers van de gevolgen van klimaatverandering, waarom zouden ze dan niet even duidelijk zijn voor de staatshoofden en regeringsleiders?”

Yamina Saheb, senior beleidsanalist op het gebied van klimaat bij OpenExp en hoofdauteur van het IPCC-rapport over klimaatmitigatie

“Het ISDS-mechanisme dat is opgenomen in het Verdrag inzake het Energy Charter Treaty van 1994 werd in het recente IPCC-rapport als volgt geïdentificeerd: “kan door fossiele brandstofbedrijven te worden gebruikt om nationale wetgeving te blokkeren die erop gericht is het gebruik van hun activa te beperken”. Het rapport verduidelijkt verder dat “het doel van klimaatgeschillen meer in het algemeen is om andere regelgevende inspanningen aan te vullen door lacunes op te vullen en ervoor te zorgen dat interpretaties van wetten en beleid in overeenstemming zijn met de doelstellingen voor klimaatmitigatie”. Dit is precies waar deze zaak over gaat; het opvullen van de vastgestelde lacunes in de regelgeving om ervoor te zorgen dat het in het ECT opgenomen ISDS-mechanisme niet langer zal worden gebruikt tegen klimaatmitigatiedoelstellingen. “

[1] Het Energiehandvest – ook bekend als het Energy Charter Treaty – uit de jaren negentig is een multilateraal handelsverdrag dat buitenlandse investeringen in de energievoorziening beschermt door middel van private arbitrage. De EU en haar lidstaten, met uitzondering van Italië, zijn allemaal partij in het ECT. Op dit moment zijn er 150 bekende Investor-State-Dispute-Settlement (ISDS) claims onder het ECT. Het is waarschijnlijk dat er in de toekomst meer ISDS-claims tegen EU-landen zullen worden ingediend, aangezien deze het voortouw nemen in de geleidelijke afschaffing van infrastructuur voor fossiele brandstoffen en het wijzigen van subsidies voor hernieuwbare investeringen om te orgen dat ze meer in verhouding staan tot de drastische daling van de kosten van dergelijke installaties.

Einde

Noot voor de redactie:

  1. Het ECT geldt in 52 landen die zich uitstrekken van West-Europa via Centraal-Azië tot Japan, plus de EU en Euratom.

  2. Al deze staten zijn landen van herkomst van investeerders die op het ECT gebaseerde arbitrageclaims hebben ingeleid tegen maatregelen van algemeen belang, waaronder maatregelen die rechtstreeks gericht zijn op de bescherming van het milieu en het beperken van de klimaatverandering.

  3. De geleidelijke uitfasering van fossiele brandstoffen kan betekenen dat staten in het kader van het ECT tegen 2050 een bedrag aan compensatie moeten uitkeren dat is geschat op tussen de 523 miljard en 1.3 biljoen euro.

  4. Het IPCC-rapport, het maatschappelijk middenveld, leden van alle groepen van het Europees Parlement en Europese staten hebben recent het ECT aangemerkt als een obstakel voor maatregelen om de klimaatverandering te beperken.

  5. Een recent rapport van het International Institute for Sustainable Development (IISD) laat zien dat bijna 20% van alle arbitrageclaims tegen staten wordt geïnitieerd door de fossiele brandstofindustrie – een duidelijke en belangrijke barrière voor de overgang naar schone energie.

  6. De eerste vergelijkbare zaak, Duarte Agostinho tegen Portugal en 32 andere staten, in september 2020 aangespannen door zes Portugese jongeren, wordt versneld behandeld door het Hof van Straatsburg vanwege het “belang en de urgentie van de aan de orde gestelde kwesties”.

Over het ECT-moderniseringsproces

Nu het einde van de onderhandelingen over de modernisering van de ECT nadert, zijn er nog steeds geen vooruitzichten op een echt ambitieuze hervorming, laat staan een hervorming in overeenstemming met het Akkoord van Parijs. De ECT zal bestaande buitenlandse investeringen in fossiele brandstoffen in EU-landen nog minstens tien jaar blijven beschermen, en investeringen in gascentrales zelfs tot 2040. Het dreigt zelfs te worden uitgebreid naar verschillende landen die grote investeringen in fossiele brandstoffen hosten en er is geen einddatum bekend voor de bescherming van buitenlandse investeringen in fossiele brandstoffen in de overige bij het verdrag aangesloten partijen.

Over de rechtszaak

De zaak wordt gevoerd door Clémentine Baldon, advocaat aan de balie van Parijs en ondersteund door het Veblen Instituut.

Het Global Legal Action Network (GLAN), dat de jongeren ondersteunt die bovengenoemde Duarte Agostinho-zaak hebben aangespannen, heeft ook geholpen bij het opstellen van de aanvraag in deze zaak.

De zaak wordt op dinsdagochtend 21 juni 2022 aanhangig gemaakt bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Catherine Joppart, European Climate Foundation, catherine.joppart@europeanclimate.org

Foto credits: Anjo de Haan