Luxemburg –  30 april 2019

Het controversiële Investment Court System (ICS) is juridisch verenigbaar met EU-wetgeving, zo luidt de opinie van het Europese Hof van Justitie vanochtend. De uitspraak volgt op een verzoek dat de Belgische regering had ingediend als voorwaarde voor steun voor het EU handelsverdrag met Canada (CETA) in 2016.

Het voorgestelde ICS stelt multinationals in staat om, buiten de nationale rechter, overheden aan te klagen in het geval beleidsmaatregelen een negatieve impact hebben op hun investeringen. Hiermee kunnen bedrijven druk zetten op regelgeving in het publiek belang, zoals sociaal, klimaat en milieubeleid. Volgens het Hof waarborgt CETA het ‘recht om te reguleren’, maar de realiteit laat zien dat overheden onder druk van enorme schadeclaims publiek beleid afzwakken of intrekken.
Nu er juridische duidelijkheid is, staat de politieke vraag weer centraal of de Tweede en Eerste Kamer de voorkeursbehandeling van buitenlandse investeerders middels ICS wil steunen of niet. Want ICS is nog steeds alleen toegankelijk voor multinationals en geeft hen nog steeds eenzijdige privileges zonder daar plichten tegenover te stellen.

De zorgen over CETA blijven niet beperkt tot ICS. Het verdrag zal onder andere leiden tot oneerlijke concurrentie, met name in de landbouw en veeteelt, met negatieve effecten voor werknemers, voedselveiligheid, en het klimaat. Volgens vakbond FNV voldoet CETA niet aan de SER-meetlat die tijdens de TTIP-onderhandelingen in de polder werd overeengekomen als maatstaf voor goede handelsverdragen.

Handel Anders! roept de Tweede en Eerste Kamer daarom op om CETA niet te ratificeren. De prioriteit in modern handelsbeleid blijft volgens de Handel Anders! coalitie – van Nederlandse vakbonden, boeren, ngo’s, journalisten, juristen en consumentenbeschermers die gezamenlijk pleiten voor duurzame en eerlijke handel – het bevorderen van standaarden voor voedselzekerheid, mensenrechten, arbeidsrechten en het milieu wereldwijd.